Pauze?

Hieronder staat een aantal korte verhalen en gedichten. Leuk voor in de pauze (en weer eens wat anders).


Gedichten

Onderstaande vrije verzen, rondelen en gedichten zijn afkomstig van Désirée Simons en mogen alleen met bronvermelding boekenvandesiree.nl worden overgenomen.


Mindful & Plezier

Heb je genoeg plezier? En ben je voor honderd procent hier? Of moet je steeds denken aan al je kwalen? En blijf je aldoor malen? Waar kies je voor? Voor plezier of ga je zo door?


Moeilijk moment

Elke dag een nieuwe kans. Lukt het vandaag niet dan morgen maar. En verander wat anders kan. Elke dag een nieuwe dans. Of een traan. Wees blij met wat er nog over is. Elke dag een nieuwe start. Lukt het vandaag niet dan morgen maar.


Vijftig

50 zou je vandaag worden. Ik weet niet of je dit gedichtje ziet vanaf je nieuwe plek, maar ik vraag me af: Hoe zou je eruit hebben gezien? (Ik denk vast als een tien). Hoe zou je het hebben gedaan in dit leven? (Ik denk vast wel goed). Hoe zou je gereageerd hebben op de mensen nu? (Beetje verbaasd denk ik). Op al die achter- en vooruitgang? (Net zo verbaasd denk ik). Hoe zou je gewoond hebben? (Ik denk wel gezellig). Hoe zou je relatie eruit hebben gezien, als je er een had (Vast wel fijn denk ik). Vragen en nog eens vragen. Waar nooit antwoorden op komen. Daar kun je enkel van dromen. 50 zou je zijn geworden. Ook al is dit niet het geval. Jij blijft voor altijd mijn broer!


Druk maken?

Maak je niet druk. Het heeft geen zin. Zonde van je tijd, je leeft maar één keer. Maak je niet moe. Laat je niet overspoelen. Alleen wat jij aankunt telt. Maak je geen zorgen. Het heeft geen zin


Weg?

Ben jij nu voor altijd weg? Ik denk het niet want je zit in mijn hart. Ook in mijn gedachten. Ben jij nu voor altijd weg? Ergens waar jij blij en gelukkig bent? Ik hoop van wel. Ben jij nu voor altijd weg? Ik denk het niet want je zit in mijn hart.


Oordelen en vergelijken?

Oordeel niet. Wie zichzelf kent oordeelt niet. Anderen zijn niet beter of minder dan jij. Oordeel nooit. Vergelijk jezelf niet met anderen. Je hebt er niets aan. Oordeel nimmer. Wie zichzelf kent oordeelt niet


Geloof in jezelf

Geloof in jezelf, jij bent mooi. Ook al vind je jezelf niet zo kundig. Wat ‘n ander ook zegt. Geloof in jezelf, jij bent leuk. Luister naar je eigen stem. Volg je hart. Geloof in jezelf, jij bent dapper. Ook al vind je jezelf niet zo kundig.


Fibromyalgie, wat is dat?

“Wat zie je er mooi uit!” “Ja, ik ben een echte ijdeltuit!” Leuke kleding, pumps en meer. Alles doet vanbinnen zo’n zeer. Ik lig liever aan het strand. Op het warme zand, in een mooi land. Alles is zo snel teveel. Moeheid, hoofdpijn en een dichtgeknepen keel!


Ervaringsdeskundig zijn, wat betekent dat?

Zelf veel meegemaakt. Zelf veel onderzocht. Zelf veel gevoeld. Zelf veel gemerkt. Zelf veel geprobeerd. Zelf veel tijd aan gespendeerd. Zelf veel over gepraat. Zelf veel over gedacht. Zelf veel overwonnen. Zelf veel over geschreven. Zelf een plaats gegeven. Zelf de tips doorgeven.


Gehoorverlies is...

Wat zeg je? Ik versta je niet. Boom lijkt op sloom, paard lijkt op baard. Wat zei je? Woorden lijken op elkaar, ik raad ernaar. Terwijl ik monden zie bewegen. Wat vertel je? Ik versta je niet.


Verhalen

Vervlogen tijden

Het typen ging langzaam, letter voor letter. Het lint bewoog heen en weer als er een nieuwe letter op het vel werd gedrukt. Soms bleef een letter kleven aan het witte papier en dan moest ik het ding handmatig weer op zijn plek zien te krijgen. Voorzichtig, want soms werd het vel doorboord door het scherpe materiaal van de letters.

Als alles getypt was dan kon je het papier voor een lamp houden en zag je soms de kleine gaatjes. Een kleine typemachine was het, die later vervangen werd door een elektrische schrijfmachine, die vele malen sneller ging en waarop ik af en toe een zelfverzonnen verhaaltje tikte. Op A4 vellen.

Daarna kwam er een tweedehands computer, de eerste Apple. Die sneuvelde zomaar toen ik net mijn eerste script in elkaar had geflanst. Het verdrietige gezichtje dat verscheen op het minischerm was genadeloos. Balen was dat, dat alles plotseling weg was. Toch kwam er later een nieuw script, getypt op een andere computer, een groot grijs vierkant object. Meer scripts volgden. Vol spelfouten en andere rommel. Alles herschreef ik. Op een laptop dit keer. En bleef schrijven totdat het eindelijk te pruimen was.

Zo nu en dan deed ik mee aan een schrijfwedstrijd, daar stak ik dan wat van op, zoals ook van websites als beter spellen en een boek over taal. Schreef eens een artikel.
Toen werden scripts boeken, die anderen lazen. De een vond het geweldig, de ander niets. Deze boeken werden herschreven. Waarvoor je toen nog een recensie kreeg, las ik ergens dat een boek dat ouder is dan twee, drie maanden blijkbaar al niet eens meer in aanmerking komt daarvoor. Drie maanden, waar prààt je over? Het is 2019, er is zoveel informatie, dan verwacht je toch dat men ergens van leert?

Een tijdloos verhaal is nooit te oud. Een verhaal uit vervlogen tijden kan zinvol zijn als het onderwerp nog leeft onder de mensen. Van het verleden kun je soms veel leren, als je daarvoor openstaat.

En nu schrijf ik in mijn eigen tempo op een tablet. Daarna zie ik wel weer. Het “leven” moet ook doorgaan, er is meer.

In de Linda


“Je bent veel te mooi voor een dove!” was de titel in de Linda Magazine, naar aanleiding van een artikel over doofheid. Op mijn blog gehoor en lijf lees je hier meer over...

Verhalenwedstrijd?


De onderstaande verhalen waren ooit bedoeld voor een schrijfwedstrijd. Meedoen aan schrijfwedstrijden heb ik als zinvol ervaren omdat je daarvan nieuwe dingen leert, of gaat stilstaan bij bepaalde onderwerpen. Soms krijg je feedback van een jury. Soms moet je bij een schrijfwedstrijd een zin afmaken, of een verhaal. Rekening houden met het aantal woorden (wat soms belemmerend werkt). Deze verhalen zijn verder niet eerder gepubliceerd.

Wel of niet meedoen verhalenwedstrijd?


Als je de verhalen na een tijd weer leest dan kom je tot de ontdekking dat je het nu anders gedaan zou hebben. Bepaalde woorden vervangen voor synoniemen bijvoorbeeld, als daar ruimte voor was. Daarom is het goed om mee te doen met schrijfwedstrijden als je leuk wilt leren schrijven.

Met schrijfwedstrijden meedoen kost veel energie of tijd. Vraag jezelf daarom eerst af: Wat is voor jou een topverhaal, eentje waarmee je zou kunnen winnen? Of doe je vooral mee voor je plezier, om iets op te steken of om te groeien? Welk verhaal aanspreekt is zeer persoonlijk, als je met plezier een verhaal schrijft heb je voor de helft al gewonnen, toch?


Kerstdiner

Bij de titel Kerstdiner moest je zelf een verhaal verzinnen waarin het kerstdiner centraal stond en rekening houden met het aantal woorden.

Zoals altijd zouden ze alles klaarzetten en dit jaar deden ze het in kleine schalen. Elk jaar genoten Lien en Mark met volle teugen als de vriendenkring kwam tijdens de Eerste Kerstdag. Het verveelde nooit. Iedereen had een druk leven, daarom was het jaarlijkse diner de ultieme uitlaatklep om eens goed bij te praten.

Zorgelijk bekijkt Lien het buffet. Het bestek ligt op het bord naast de servetten. ‘Het lijkt wel een picknicktafel.’ ‘Lien, we doen gewoon zoals anders. We zetten alles even lekker van ons af. Even geen gedoe aan ons hoofd. Lekker wijntje, eten, beetje praten. Pluk de dag. Het is Kerst!’ ‘Ik weet niet of ik dit kan. Doen alsof.’ ‘Je kon het toch ook altijd tijdens ons werk?’ ‘Ja, maar dat was werk. Dat was anders.’ Lien zucht. Mark slaat een arm om haar heen, maar ze wurmt zich los. ‘Er zit niets anders op,’ klinkt het vlak. Mark knikt. Hij lijkt er beter mee om te kunnen gaan. Mark ziet het als iets tijdelijks, waar wel weer een oplossing voor komt. ‘Nu de kinderen de deur uit zijn, gaat het een rustige avond worden,’ belooft Mark.

De kinderen komen wel een andere keer eten. Nooit hadden Mark en Lien laten merken dat dit perse moest omdat het toevallig Kerstmis was. Kristallen wijnglazen en wijnflessen staan gewoon op tafel. Geur van dennennaalden. De kroonluchter is gedimd en Lien ergert zich aan de wild flakkerende kaarsen. Stomme goedkope dingen.

Zenuwachtig opent Lien de voordeur. Hoe zullen ze reageren? ‘Ha, vrolijk kerstfeest!’ De bromstem van Dieter dreunt in haar oren. Vrolijk? Zo had Lien zich allang niet meer gevoeld, en dat leek wel voor eeuwig. De boot en de cabriolet waren inmiddels verkocht. Geen luxe vakanties meer. Alle pret was voorgoed voorbij. Het leven had geen zin meer. Ze had vandaag voor de spiegel staan dubben omdat haar jurk niet meer paste en leek op een ragebol omdat ze niet meer naar de kapper kon. Alles ging mis. Luchtige stemmen halen Lien weer terug in het harde hier en nu. Iedereen neemt plaats. Mooie jurken en juwelen glanzen in het kaarslicht. De nieuwste collectie, en ik zit in een oud vod. Mark staat op, heft zijn glas terwijl hij iedereen aan tafel bekijkt. Onverschrokken, zoals altijd. ‘Proost!’ ‘Proost!’ roepen we in koor. ‘Fijne kerstfeest allemaal, leuk dat jullie er weer zijn. Neem het ervan!’ Met een weids gebaar wijst hij met zijn glas in de hand naar het buffet. ‘Een buffet dit jaar?’ vraagt Mia vlakbij Lien’s oor. Lien knikt ontevreden. Met gemengde gevoelens loopt Lien naar het buffet, waar weinig te kiezen valt. Hoe moet ik deze avond doorkomen? galmt het in haar hoofd. ‘Bonaire was betoverend,’ klinkt het trots. ‘De Malediven ook.’ Natuurlijk. Allemaal op vakantie geweest terwijl wij doorploeteren.

‘Mevrouw heeft geluk gehad,’ zegt de arts tegen Mark, die overstuur in de ziekenhuisgang staat. De ambulance was meteen gekomen toen Lien tijdens het kerstdiner in elkaar zakte. ‘Maar de oorzaak is nog onbekend.’


Het keurslijf

Mijn voeten stonden alvast gericht naar de dansvloer, ze leken op twee vlijmscherpe mespunten. Altijd deden mijn voeten intens pijn na een avondje uit. Maar deze mooie hoge hakken stonden verbazingwekkend goed en ik leek wel tien kilo slanker. Mannen zagen me ook ineens staan. Dat was het enige wat telde, want ik was het meer dan zat om genegeerd te worden. De muziek ebde weg en een ander nummer begon. Mijn favoriete nummer! Met een mengeling van trots en onwennigheid liep ik op mijn pumps naar de dansvloer, terwijl mannenogen mijn verschijning volgden. Dapper klemde ik mijn tanden opeen om de pijn aan mijn tenen, waaraan blaren ontstonden, te onderdrukken. Ik wilde fier overeind blijven. Mooi zijn. Lang. Slank. Zodat niemand meer om me heen kon. En me nooit zou verg

'Wie mooi wil zijn moet pijn lijden,' zei oma, toen ik voor de spiegel klaagde over mijn kapsel. De kapster had het de laatste keer veel te kort geknipt. Ze had niet goed naar me geluisterd, want het was die dag een heksenketel in de kapsalon omdat er een beroemde zangeres zat. Ik wilde lang golvend haar, geen strenge korte bob en hier zouden we naartoe werken, beetje bij beetje, had ze gezegd. Haar dat in de wind wapperde en glansde in de zonnestralen, zoals een sleep van een lurex jurk op een groot gala in een kasteeltuin.

Ik was jong en had nog vele dromen. Dromen over mijn uiterlijk en hoe dat eruit moest zien. Het was nooit goed genoeg, ik liep letterlijk en figuurlijk op mijn tenen. De badkamer en het toilet waren mijn lievelingsplekken in huis, omdat daar spiegels hingen en ik boven de wc-pot kon hangen als ik vond dat ik weer eens teveel naar binnen had gewerkt tijdens het diner.

Op het modellenbureau deden de meisjes lelijk tegen elkaar. Ze gunden elkaar het licht in de ogen niet. Diep van binnen wilde ik eigenlijk stoppen met het poseren. Maar nu ik mooi was moest ik doorgaan. Het feit dat ik als mens werd gezien was verslavend, het was fijn als de mensen keken wanneer ik ergens binnenkwam en de ruimte werd gevuld met bewonderende blikken en verrukte gezichten.

Vandaag, dertig jaar later, zie ik Sara. Vijftig jaar! De zon schijnt en de vogeltjes fluiten, dat is een leuk cadeau op deze dag. Nieuwsgierig open ik de voordeur en adem de frisse ochtendlucht in. Zouden ze iets hebben uitgespookt? Ik zie dat poes lekker op het tuinbankje bij de voordeur ligt te soezen. Jawel. Daar staat wel iets. Een paar meter verderop zie ik een enorme pop van plastic staan, stralend met haar armen in de lucht. Jippie. Ze is vast blij dat ze al zo ver gekomen is. Waar anderen klagen over deze magische leeftijd, maakt het haar niets uit hoe oud ze is. Ze geniet van de buitenlucht, van al het moois dat het leven te bieden heeft.

In de spiegel van de hal bekijk ik mezelf nog eens, voor de allerlaatste keer deze ochtend, en voordat het feest begint. De prachtige hoge hakken zijn inmiddels ingeruild voor handige zomerlaarsjes, waarin ik op wolkjes loop. Zonder blaren. En pijn is er alleen als ik teveel achter elkaar loop zonder pauzes. De kapster heb ik nooit meer teruggezien, en mijn haren lijken op een wapperende lurex jurk. Bewonderende blikken zijn er als ik iets interessants vertel of iets leuks heb gedaan. Of als ik me goed voel. Mijn man weet hoe ik ben, kent al mijn leuke en minder leuke gewoonten. En ik ken hem. Strakke jurkjes knellen niet meer om mijn vermoeide lijf maar zwieren vrolijk mee als ik loop. Ik heb de teugels laten vieren. Het keurslijf van me afgegooid. En het voelt goed. Met een glimlach en vol goede moed loop ik verder. Op naar het feest!


Droomjacht

Bij deze verhalenwedstrijd moest het om oplichting gaan.

‘Dat is toch veel te groot voor ons?’ zei ik toen we op de kade stonden van een net bedrijf, waar alles leek te kloppen. ‘Laten we toch gaan kijken. Het ziet er mooi uit,’ zei Hans. ‘Nou ja, even dromen kan geen kwaad, toch?’ We stapten aan boord. De lederen banken zagen er nog goed uit en je kon gewoon rechtop staan. ‘Ongelooflijk! Moet je kijken, Diana.’ Hans keek zijn ogen uit. Voorzichtig raakte ik het polyester aan. ‘Een echte droomboot is dit. Weet je wat deze kost?’ Hans liep naar het zwemplateau, waar onderaan een plastic prijskaartje bungelde, en boog voorover. ‘Valt mee. Laten we informeren.’

De koop was doorgegaan nadat alles in orde was en was nagekeken. Tijdens onze vakantie waren we al dagen onderweg en we genoten elke minuut van onze nieuwe aankoop. Het weer zat mee. Ook vandaag scheen de zon en was het weer uitzonderlijk warm.

‘We hebben echt geluk!’ zei Hans vergenoegd toen hij zich van de zwemtrap liet zakken om het meer in te gaan. ‘We hoeven niet al te vroeg in de haven te zijn, het is nog veel te warm.’ ‘Inderdaad. We blijven voorlopig lekker hier voor anker,’ zei Hans.

Een plons volgende terwijl ik over het water tuurde door mijn zonnebril.

Zeilboten, sloepen, motorjachten. Zwemmers. Spelende kinderen. Een mooi strandje verderop en kabbelende golfjes met zo nu en dan een vliegende meeuw in de helderblauwe lucht. Het leek wel een tropisch oord. Dit is het echte leven! Onze oude spartaanse motorbootje was voor al deze luxe ingeruild. We hadden het scheepje zelf opgeknapt met behulp van familie. Bloed, zweet en tranen zaten erin. Omdat het varen zo goed was bevallen besloten we om dat te blijven doen, als echte watersporters. Op dit jacht konden we eindelijk goed overnachten, maaltijden opwarmen in de magnetron en douchen was ook mogelijk in de toiletruimte, en aan dek.

Het werd iets frisser, met een bries. De rust keerde terug op het water, we leken wel alleen op de wereld. ‘Gaan we zo?’ vroeg ik, terwijl ik mijn zomerkleren aantrok over mijn bikini. ‘Ja.’

Hans trok het anker uit het water. Toen hij wilde starten gebeurde er niets. Hans probeerde het nog eens. En nog eens. Een half uur later werd duidelijk dat we vast zaten. ‘Wat nu?’ vroeg ik angstig. Stel je voor dat we hier de hele nacht vastlagen en het wild werd op het meer!

Hans belde de monteur van het bedrijf waar het schip vandaan kwam, maar die kwam niet meer. ‘We moeten snel aandacht trekken, zodat ze ons weg kunnen slepen,’ zei hij.

Maar er kwamen nauwelijks boten langs. Uiteindelijk trok een kleine zeilboot ons naar de oever van een watervilla. Daar konden we voorlopig blijven totdat de monteur de volgende dag boot gerepareerd had.

We hadden een gezellige avond bij de aardige bewoners van de villa. Het jacht moest terug naar het bedrijf. Op een overvol terras konden we gaan zitten wachten totdat ze klaar waren. Het duurde wel een dag en het was bloedmooi weer. Een verloren dag. Zo’n dag waar je het enkel uit kon houden op een groot meer met een zachte zomerbries, niet in de warme drukte van een stadje. Daarna begon de tocht terug naar huis. Water bleef maar onderin de motorruimte staan. We moesten helemaal terugvaren om het te laten maken. Er was een hoop gedoe.

De motor leek kapot gevroren en de winter moest nog beginnen. Er waren meer mensen gedupeerd door de jachtmakelaar. De tv-ploeg kwam erbij met een verborgen camera, vakmensen om de boel te bekijken en er werd ontdekt dat er flink was gesjoemeld en dat er wel degelijk wat met het vaartuig aan de hand was. De camera loog niet. En een rechtszaak had weinig zin gehad. De boot waren we kwijt want we wilden ons geld terug. Het plezier in varen waren we ook deels kwijtgeraakt.

‘Ik ben blij dat het achter de rug is.’ ‘Maar we zitten wel zonder boot. En dat allemaal door die oplichter,’ zei Hans.

Jaren verstreken. Op een mooie nazomerdag hadden we een vaartocht met enkele familieleden, die van ver waren gekomen en dezelfde dag nog terug naar huis zouden rijden. Met een ander schip, die goed beviel en waar niets ernstigs mee aan de hand was. Het begon te schemeren en waren op de terugweg. De wijn en de hapjes stonden nog op het tafeltje.

Plotseling vielen de motoren stil en het schip schuurde langs de oever die vol met keien lag. Overhangende takken zwiepten in onze gezichten. We moesten worden gesleept naar een kade. Een sloep sleepte ons naar een haven in de buurt, waar we per auto opgehaald konden worden door iemand uit de buurt. Het vaarseizoen was bijna voorbij en het bleek om een klein mankement te gaan. Omdat alles maar duurder werd hadden we vorig jaar voor een goedkopere winterberging gekozen met andere monteurs. Het was weer tijd, dus brachten we haar over het kanaal daarheen. Een andere route was er niet. Af en toe passeerde er een vrachtschip.

‘Wat raar, wat is er aan de hand?’ vroeg ik. Het bulderende motorgeluid verstomde. Hans trok aan de hendel. ‘Foute boel!’

Opeens lagen we stil op het kanaal. ‘Alweer?!’ riep ik, ongerust en boos tegelijk. Waarom liet deze boot ons voor de tweede keer in de steek? Snel keek ik om me heen en zag dat er geen schepen meer naderden. Vrachtschepen kregen altijd voorrang. Als recreant of pleziervaarder moest je altijd opzij gaan. ‘Wat nu?’ Ik probeerde kalm te blijven en Hans stuurde met de boegschroef, die enkel links- of rechtsaf kon. We waren volledig afhankelijk van de wind en de stroming.

De loods was al te zien en gelukkig dobberde het jacht langzaam naar de goede richting.

Het volgende vaarseizoen lieten we onze “eigen” monteur komen, voor de grote beurt. Het was onze oude vertrouwde monteur, die goed bekend stond en waar we altijd tevreden over waren. Maar vorig jaar had hij de beurt niet gedaan omdat degene van de “nieuwe” winterberging dit zou doen.

‘De boot is helemaal niet nagekeken voordat hij de winterberging inging. Daarom kwamen jullie steeds stil te liggen,’ vertelde Frank, de monteur. ‘De beurt ontbreekt. Alles is versmeerd.’ Een verbaasd geluid kwam uit de keel van Hans. ‘Stel je voor dat er een vrachtschip aankwam, dan hadden we niet kunnen uitwijken. En dat allemaal door nalatigheid van een ander!’ zei ik, ineens zwaar geïrriteerd en rillend van de kou. We stonden buiten, waar de boot nog op de werf lag voordat ze in het water inging. Het was fris voor de tijd van het jaar.

Het duurde erg lang voordat Frank klaar was. ‘Het zit er eindelijk op. Het was echt een ramp. Jullie hebben nog geluk gehad. Er had wel meer stuk kunnen gaan,’ zei hij na enkele uren. Hans knikte vermoeid. ‘In het vervolg gaan we weer naar onze oude vertrouwde winterberging met onze oude vertrouwde Frank. Dan maar weer meer betalen. Alles beter dan die prutsers die er een zooi van gemaakt hebben, met gevaar voor ons leven!’ zei hij toen Frank naar de auto liep.

Eindelijk lagen we weer in onze vertrouwde hal. Dit keer moesten we de stroom voor de accu's ook betalen toen we de boot gingen schoonmaken. ‘Ach ja, dit is nog altijd beter dan plotseling stil liggen op een kanaal wegens geen beurt! Goedkoop is duurkoop, zo zie je maar weer,’ zei Hans een beetje verbaasd. ‘Varen doe je voor je plezier, als recreant. Niet om nog meer problemen erbij te krijgen,’ zei ik. Problemen hadden we in ons leven al genoeg. Problemen die we tijdens het varen even van ons af konden zetten, zodat we er na het varen weer een tijdje tegenaan konden. Andere mensen gingen op reis naar de zon, wij hadden ons tweede huisje. Dat was voorlopig voldoende.